Blog
De Taaldokter hoort wel eens wat. Dan vist hij een beduimeld notitieboekje uit zijn zak en schrijft het op. En als hij het de volgende dag nog kan lezen, kunt u het nu ook lezen. Belangrijkste bevinding: de schepping heeft niet voorzien in een zwanenhals tussen hersens en mond.

Uit een Amsterdamse politiekantine.
Vacatureteksten, het blijft een moeizaam genre. Overheid en bedrijfsleven doen niet voor elkaar onder in advertenties waarin holle borstklopperij, schaamteloze clichés en moedwillige vaagheid om voorrang strijden.
Het veelvuldig toegepaste trechter-stramien (van algemene naar specifieke informatie) roept daarbij niet zelden het beeld op van organisaties die voornamelijk bestaan uit organogrammen – met een dermate ondoorzichtige hiërarchie dat de schrijver die maar eens voor zichzelf probeert te schetsen. Wie er verder bij gebaat is – de werkzoekende lezer in elk geval niet. ‘Samen met Strategie en Bestuurs- en managementondersteuning vormt het team Communicatie de afdeling Concernstaf.’
Zo zoekt het Amsterdamse stadsdeel Zuid een ‘teammanager Communicatie’. Afgezien van de met gulle pen gestrooide clichés (‘kansen benutten’, ‘oog en oor voor noden en wensen’, ‘transparante werkomgeving waarin eigen verantwoordelijkheid centraal staat’) lijkt het de bedoeling dat de lezer zich tot in de eeuwigheid het hoofd breekt over wat dat stadsdeel nou wíl: ‘Het verbinden van grootstedelijke ontwikkelingen en maatschappelijke vraagstukken, die zich vooral manifesteren op buurtniveau, is de belangrijkste opgave van het stadsdeel.’ Een opgave, dat is gewoon overheidsjargon voor ‘taak’ of ‘doel’. Maar waarmee moeten die ‘ontwikkelingen en vraagstukken’ worden verbonden? Met elkaar? Daar kom je zo een-twee-drie nog niet achter. ‘Het belang van een goede positionering en heldere communicatie van het stadsdeel is essentieel voor een goede interactie met de omgeving.’ ‘Belang’ dat ‘essentieel’ is voor ‘interactie’?
De sollicitant moet zich over zulke vragen het mooie hoofdje maar niet breken, waar het op neerkomt is immers: ‘Alle uitingen van het stadsdeel zijn dragers van hetgeen het stadsdeel voor staat.’ Hoewel: waar laat dat ‘stadsdeel met vele gezichten’ zich hier nu weer mee op voorstaan: dat wat het wil (‘voorstaat’), dat waar het voor instaat (‘voor staat’) of dat wat het ‘voorstelt’?
Het begrip 'stijlbloempje' doet dergelijke formuleringen tekort. Als de stijlwoekergewassen in deze advertentie de ‘drager’ zijn van ‘wat het stadsdeel voor staat’, wekt het weinig verwondering dat dit een hoofd Communicatie zoekt; of kandidaten die zich erdoor aangesproken voelen geschikt zijn, moet ernstig worden betwijfeld.
Ineens flapte de Taaldokter het er venijnig uit: 'Vreet je spijt!' - zo'n beetje bedoeld als het Amerikaans-Engelse 'eat your heart out', enigszins naar analogie van 'swallow your pride'. Niemand die hem begreep. Dat was toch een uitdrukking, 'spijt vreten'? Nee hoor, werd hem verzekerd - integendeel bijna.
Enfin: waar had hij dat dan toch gehoord? Want dat dat het geval was, stond vast. En toen schoot het hem ineens te binnen: bij de fijnste dichteres van het Nederlandse taalgebied: F. ten Harmsen van der Beek. Hierbij dus, want zij kan onmogelijk voldoende worden geciteerd.
En dat 'vreet je spijt' houdt hij erin.

Aldus de Volkskrant over N. Albayrak. En toen hief het voltallige kabinet het Bewindslied aan. Zie ook hier.


Volgens een bloedstollende presentatie van ex-minister A. Klink is een van de 'moderne risico's' die de 'klassieke verzorgingsstaat' bedreigen de betaalbaarheid van het 'pension'. Goed, dat weet je, zou J. Cruijff zeggen. Echt beangstigend wordt het, wanneer blijkt dat daarnaast ook de 'arbeidsmarkt' nog eens 'vekrapt'. Gelukkig is daar wat aan te doen -natuurlijk: een 'versoberings agenda' opstellen (met 'financiele' prikkels - 'activerende' prikkels, welteverstaan)!
Goed, allicht had hij die paar A4'tjes (die trouwens voornamelijk Engels bevatten) niet zelf gewrocht maar waren ze hem in de maag gesplitst door een dyslectische stagiair, maar hij had kennelijk ook niet de moeite genomen even de formuleringen te controleren alvorens de goedgevulde zaal van het Muziekgebouw aan 't IJ toe te spreken. Verbazingwekkend eigenlijk dat A. Klink niet de nieuwe lijsttrekker wordt van het Christen-Democratisch Appèl.
De student:
'Je kunt niet veel van zijn gezicht af lezen.'
'Hij heeft causale kleding aan.'
'Wat hij bedoeld komt beleeft over.'
'Hij geeft de woorden een extra dementie.'
En daar hoorde de Taaldokter het weer, in een café ditmaal, uit de mond van de waard die consequent aan zijn ex-vrouw refereert als ‘het Ministerie van Oorlog’ of ‘de Raad van Overstuur’, wat aardig schetst hoe hij in het leven staat - een man die in voortdurende staat van oorlog verkeert met alles en iedereen, waarbij die nooit nader gedefinieerde ‘ze’ hem, in de woorden van wijlen A. Geesink, ‘structureel tegenwerken’, en in welke strijd uiteindelijk altijd hij, Kleine Man immers, de lul is: ‘mensen wegbrengen’. Om precies te zijn zei hij: ‘Ik heb er al genoeg weggebracht.’
Wat voorafging was een kolderiek misverstand: man in café krijgt telefoon, neemt op, zegt na enkele seconden drie keer ‘Godverredomme’ en stopt telefoon weg, waard vraagt: ‘Tisser?’, man antwoordt: ‘Die-en-die is dood’, waard zegt ‘Godver’, man beent deur uit, waard legt clientèle uit wie er nu weer dood is, te jong, niet eerlijk, concert des levens, et cetera, telefoon van café gaat, waard neemt op, luistert, zegt ‘O’, legt weer neer en zegt: ‘Hij was het zelf niet, het was ze moeder.’
En toen sprak hij dus: ‘Ik heb er al genoeg weggebracht.’ En de Taaldokter vroeg zich af waarom die uitdrukking hem zo tegenstond.
Toen hij het verwaten gezicht tegenover hem opnam, wist hij het: mensen die anderen ‘wegbrengen’ doen dat niet met gepaste rouw en bescheidenheid, maar ter meerdere eer en glorie van zichzelf; hun woordkeus benadrukt dat het leven niet ongemerkt aan ze voorbijtrekt, en ze laten zich er en passant nog even mee op voorstaan dat ze ondanks alle sores de gelegenheid vinden allerlei figuren die hun pad kruisen ‘weg te brengen’.
Aandachttrekkerij. Mensen die anderen ‘wegbrengen’ doen dat om de angst te bezweren dat er, als hun tijd komt, niemand is om hen zélf weg te brengen. Want dat is wat ze het liefste willen: zelf worden ‘weggebracht’, tijdens een staatsbegrafenis, in een kist omringd door drommen mensen die ze ‘de laatste eer bewijzen’, waarna hun praalgraf een bedevaartsoord wordt voor het volk, dat nog tot in lengte van jaren snikkend knielt voor de Man die Altijd Anderen Wegbracht.
En daar begonnen de woorden van Bazon Brock te echoën door het café: ‘Der Tod muß abgeschafft werden, diese verdammte Schweinerei muß aufhören. Wer ein Wort des Trostes spricht, ist ein Verräter.’

De grote drogisterijketen die de d zo sterk prefereert boven de t zal deze voorkeur binnenkort nog consequenter doorvoeren: bond mudsen bij Kruid Vad.
Soms is de oorzaak van een kwaal onbekend, maar is behandeling goed mogelijk. Zo wordt aangeraden regelmatig te oefenen op het woord ‘svarabhaktivocaal’ om klinkerslikken tegen te gaan. Recent onderzoek wijst echter uit dat daar risico’s aan verbonden zijn.
Het invoegen van de svarabhaktivocaal zelf, ook wel sjwa-insertie geheten, is zo’n beetje het omgekeerde van klinkerslikken: klinkers braken, eigenlijk. Hoewel, klinkers: het gaat altijd om de stomme e, de uh-klank tussen twee medeklinkers. Deze treedt meestal op in lettergrepen die eindigen op twee medeklinkers waarvan de eerste een l of r is: kerruk, halluf, hellup.
Dit zou gebeuren omdat die woorden anders lastig uit te spreken zijn. Dat is echter maar de helft van de verklaring. Zo heeft de Taaldokter ook ‘gulledetjes’ gehoord (‘guldentjes’), toch niet bepaald gemakkelijk uit te spreken, ook al kwam het uit de mond van een ras-Amsterdammer wiens vette l zich daar uitstekend toe leende; maar vooral gooien mensen graag even zo’n sjwa in een woord om het op wat kinderlijke wijze te benadrukken: ‘Geen melk; karnemelluk!’.
Onlangs ving de Taaldokter een hem nog onbekend, en - gegeven de korte geschiedenis van het woord waarin het voorkwam - recent voorbeeld van dit 'sjwatelen' op. Of het werd uitgesproken door een klinkerslikker in therapie is niet bekend, maar áls dat zo was, was het middel hier erger dan de kwaal.
Het ging om de sjwa-insertie in ‘milf’: voor wie het nog niet wist, een in de moderne pornografie populaire afkorting van het Engelse Mother I'd Like to Fuck, volgens Wikipedia ‘een vrouw van middelbare leeftijd die seksueel aantrekkelijk wordt gevonden door jongere jongens’. De geïnteresseerde moet maar eens googelen (en opmerken dat dames van hooguit achter in de 24 vrij algemeen worden beschouwd als vrouwen ‘van middelbare leeftijd’ - maar dit terzijde).
Dat woord milf dus werd - door een Nederlander, dat moge duidelijk zijn (voor zover de Taaldokter weet is dit ‘sjwatelen’ in het Engels minder gebruikelijk) - uitgesproken als ‘milluf’. En dat had iets onweerstaanbaar lachwekkend zeurderigs:
‘Is ze alweer te laat?’
‘Wiehie?’
‘Die Milluuf’!’
De Taaldokter kiest er dus gewoon voor om u even mee te nemen in zijn beleving van het aanzweten en afproeven van mooie producten.
Als hij er langs zapt, kan de Taaldokter tegenwoordig van walging zijn ogen geen moment afhouden van 24Kitchen, 'de enige Nederlandse foodzender'. Daar trekt onophoudelijk een bonte verzameling tv-koks voorbij, die het bekende keukenjargon tot in het absurde doorvoeren - vermoedelijk in de hoop de gretige kijker daarmee het gevoel te geven dat deze hun professionaliteit deelachtig wordt.
Hun vocabulaire is doorspekt van de 'dusssen', de 'gewoons' en de 'lekkers'. En ingrediënten zijn natuurlijk 'producten', veelal 'mooie producten'. Zo is een ui bijvoorbeeld 'dus' een 'mooi product'. Die snij je dan 'gewoon' in 'mooie dunne ringetjes'. 'En dan ga ik de uien dus gewoon lekker aanzweten'. (De kijker heeft nog niets in de gaten.)
De kok van deze uiensoep 'neemt' je voorturend 'mee'. Bij voorkeur in zijn 'beleving'. Tijdens de introductie: 'Ik neem u mee in mijn beleving van de klassieke Franse uiensoep.' En, een halve minuut later, uien snijdend: 'Ik neem u nu even mee in mijn beleving van eh, ja, van de uien.' (De kijker wacht vol spanning.)
Nu moet u niet denken dat zij zomaar iets doen, de tv-koks; zij maken voortdurend 'keuzes'. 'In dit geval kies ik er gewoon voor om er verse thijm in te doen.' En een stokbroodje erbij: 'De klassieke Franse pè.' En natuurlijk wat 'Gruyèrekaas' die wordt 'gerangeerd' op de 'pè'. (Zoals feta in brede kring al jaren 'fetakaas' heet, is Gruyère hier 'Gruyèrekaas'.) (De kijker blikt verdwaasd omn zich heen.)
Dan is het tijd voor de test: 'Ik ga 'm gewoon even lekker afproeven.' En dan volgt het: terwijl hij de lepel nog niet in zijn mond heeft gestoken, meldt de tv-kok, hoofschuddend en licht rillend van puur culinair genot: 'Koken is smaak. Smaak en beleving.' (De kijker ligt uitgeteld voor de tv.)
Dat voetbalclub FC Twente trainer C. Adriaanse ontsloeg was volgens de clubleiding niet alleen noodzakelijk omdat 'iedereen een totaal ander verwachtingspatroon over de samenwerking' bleek te hebben en er 'een onoverbrugbaarheid in verschillende gedachten van voetbalcultuur' was ontstaan, maar vooral omdat 'nooit de gewenste synergie en chemie' waren ontstaan.
Wat is dat toch, waardoor ook in de zakenwereld dat belegen jarenzeventig-buurtwerkersjargon floreert, dat menselijke verhoudingen alleen in esoterische termen weet te beschrijven? 'Klikken' die 'er zijn', vonken die 'overspringen', 'chemie', 'synergie' waar 'sprake van is'...
Soms vinden mensen elkaar aardig en kunnen ze goed samenwerken, soms niet.
Prijzen brengen niet altijd het beste boven in mensen. D66-leider A. Pechtold kreeg in 2009 de 'Duidelijketaalprijs'. Gisteren wilde hij bij Pauw en Witteman niet meedoen met de ‘linkse samenwerking’. Waar koos hij wel voor? ‘Het radicale midden’.
De Taaldokter was er even stil van. Het radicale midden. Het uiterst extremistische centrum. De drastische neutraliteit. De vergaande nietszeggendheid ook.
Naturlijk memoreerde hij ook weer de ‘duurzaamheidsagenda’. Man van agenda’s, Pechtold: altijd graag 'aan de slag met een toekomstagenda’.
En toen een der presentatoren hem wees op zijn stemverheffing, antwoordde Pechtold snel: ‘Nee. Gepassioneerdheid, gepassioneerdheid’. Met de bekende olijke blik weliswaar, maar toch...
Hij wilde al afsluiten - met een merkwaardige combinatie van twee andere clichés ('gaan voor urgentie'): ‘De tijd van uitstel gaat ons opbreken. En die urgentie, daar ga ik voor.’ Maar toen bleek het volgende onderwerp Napoleon te zijn. En kon hij nog even kwijt dat 'een van zijn voorvaderen' tijdens de slag bij Waterloo nog tegen Napoleon had 'mogen' vechten.
Het radicale midden. De duurzaamheidsagenda. Gepassioneerdheid. Gaan voor urgentie. Mogen. Taalprijs. Uit het radicale midden van de Taaldokter begonnen oprispingen op te borrelen.
De laatste Taaltoezichtrubriek van de Taaldokter. Na ruim vijf jaar is de meeste gekkigheid wel behandeld - al wordt er nog steeds noest gewrocht, op ministeries, in provinciehuizen en gemeentekantoren... Een terugblik en een laatste pleidooi voor het inzetten van taalvaardigheid als selectie- en beoordelingscriterium.
Zie ook het archief.
TV-presentator P. Lodiers na afloop van het gesprek tegen zijn gast: 'Mag ik je onwaarschijnlijk bedanken voor een mooie avond.' Zonder vraagteken.
Onwaarschijnlijk: overdreven, borstklopperig en er stellig van uitgaand dat gast en publiek denken dat iets 'onwaarschijnlijk' en dus goed wordt als je het maar zo noemt - en nog terecht ook, zo valt te vrezen. Onwaarschijnlijk gratuit.
Voetbalcommentator over keeper die zich strekt om 'het lederen monster uit de doelmond te ranselen': 'Goede strekking daar van Lehmann.' De doelverdediger rekte zich imposant uit, dat was de strekking van zijn woorden - maar dat 'strekking' zette de kijker even op het verkeerde been.
De Taaldokter vond het bijna net zo vreemd als een andere doelman die een doelpoging pareerde en volgens de commentator dus een 'parade' liet zien, omdat zijn eerste associatie die met 'paraderen' was, en niet met 'pareren'. Zie ook hier.
Abonneer op de RSS feed


